Terwijl de cultuur van de sportclub je niet bevalt
We houden van een sport, bijvoorbeeld van tennis, en zijn lid van een tennisvereniging. Na een tijdje merken we dat de bejegening in die vereniging niet altijd even fijn is, ons niet bevalt. Hoe kunnen we daarnaar kijken vanuit de systeemvisie? Lees hoe dat voor Aad, die niet tennist, maar houdt van golfen, uitpakt.
De situatie van de golfwedstrijd
Aad is sinds enkele jaren lid van een golfclub. Hij merkt dat er in de bejegening dingen gebeuren die hem niet bevallen en hij bracht dit als casus in in de leergroep groepsdynamiek
De aanleiding was een recente golfwedstrijd, waarin Aad wist dat hij goed had gespeeld. Voorafgaand aan de prijsuitreiking voelde hij zich onrustig, want als hij zou winnen zou hij in de schijnwerpers komen te staan en dat wilde hij niet. Hij had een nare associatie vanwege een situatie 2 maanden eerder. Inderdaad bleek hij tijdens de prijsuitreiking de eerste prijs te hebben gewonnen. Dat riep veel dynamiek bij hem op vanwege die eerdere.
Langzaam spelen
Wat gebeurde er toen? Aad heeft een lichamelijk mankement dat af en toe opspeelt. Zo ook tijdens die wedstrijd 2 maanden geleden. Elke keer wordt er een willekeurig team van 4 personen samengesteld. Hij had toen langzaam moeten spelen, waardoor het team niet had kunnen winnen. Dat riep irritatie op bij zijn speelgenoten, die tijdens de prijsuitreiking hem de schuld gaven dat ze daardoor niet hadden gewonnen. Enkelen begonnen te joelen. Aad kreeg het spaans benauwd en wist niet hoe gauw hij weg moest komen, om nooit meer terug te komen…
In de maanden erna heeft hij zich herpakt en deze week deed hij weer mee met een wedstrijd. Hij dacht dat hij de vorige wedstrijd had verwerkt, maar door zijn aanhoudende gevoel van ongemak kwam hij tot de conclusie dat dat niet zo was.
De vraag en de achtergrond van de vraag
Omdat hij merkt dat dit zijn plezier in de sport bederft wil hij samen met ons onderzoeken hoe hij hier anders mee om kan gaan, hoe hij daar meer kan ontspannen. We verkennen de situatie samen verder.
Wat zijn contacten op de club betreft zijn er enkele mensen met wie hij prettig heeft gespeeld. Voor’t overige merkt hij wantrouwen en op zijn hoede zijn bij zichzelf op. Hij heeft moeite om vertrouwd te zijn met mannen. Hij speelt liever golf met vrouwen en heeft met sommigen van hen ook een beter gesprek. Hij voelt zich überhaupt meer op zijn gemak bij vrouwen en hij ziet daarin een relatie met zijn ouderlijk huis: hij is als nakomertje opgevoed door zijn dominante moeder en dito veel oudere zus. Hij is tot nu toe omgegaan met de situatie door zich vooral toe te wenden naar het golfen en naar sommige mensen, en andere mensen uit de weg te gaan. Hoewel er wel wat moeite wordt gedaan om nieuwe leden bij de club te betrekken, en hij doorgaans meer vriendelijk dan onvriendelijk wordt bejegend voelt hij zich nog een buitenstaander.
Vanuit de ruime blik
Vanuit een ruimere blik, in Zijnsorientatie Huis van Zijn genoemd, ziet hij dat hij zich distantieert van andere mannen. Hij komt erachter dat hij dus ook wat doet in die relatie. Hij realiseert zich nu dat hij af wil van dat gevoel van buitenstaander zijn, en hij merkt zijn verlangen om erbij te horen op. Hij krijgt het advies om het deel van hem dat zich buitenstaander voelt welkom te heten, en het verlangen dat hij erbij wil horen toe te eigenen, te erkennen. Dat raakt hem, en hij merkt de negatieve voorspelling ‘dat gaat me nooit lukken’ op. Zodra hij dat ziet kan hij de aanname loslaten.
Vanuit de systeemvisie
Als we kijken naar het systeem als geheel dan zien we een golfclub, een verzameling mensen die bij elkaar komt om te golfen. Er is niet expliciet aandacht voor een verbindende cultuur. Als geheel is het eerder los zand dan gericht op verbinding en liefde, een soort afspiegeling van de maatschappij. De meerderheid van de leden is man, daardoor overheerst een wat competitieve cultuur. Op het Zijnsgeoriënteerde pad van geïnspireerde levenskunst gaan voor waarden. Dus als we niet eerder in ons leven hebben geleerd om ons staande te houden in zo’n cultuur, dan kunnen we het moeilijk hebben.
Niet persoonlijk
Vanuit de systeemvisie is het belangrijk te weten dat het gedrag, bijvoorbeeld het joelen, meer met henzelf te maken heeft dan met Aad. Het is een onderdeel van de groepsdynamiek die er al was. Het is dus niet persoonlijk bedoeld, ook al voelt het erg onaangenaam. Het is waarschijnlijk een manier om spanning en frustratie te ontladen. Het is niet persoonlijk. Het onaangename gevoel is wel van ons, en het is de kunst om daar eigenaarschap in te nemen en dat gevoel de hand te reiken.
Ons primitieve deel wordt wakker
Aad merkt op dat hij zich een hunkerend jongetje voelt. Hij heet het hunkerende jongetjesdeel in hem welkom, en leert eraan te wennen dat dit in hem leeft en dat hij er compassie voor kan voelen. Hij merkt dat hij erg is afgeraakt van het besef dat hij het pijnlijk geraakte hunkerende jongetje in zichzelf kan omarmen.
Hij vind het vreemd dat hem dat niet lukt als hij bij de golfclub is. Vanuit de systeemvisie is dat normaal, omdat op het moment dat we ons aansluiten bij een groep we meegezogen worden in de dynamiek van die groep. Dat gebeurt bij iedereen. De cultuur heeft allerlei kenmerken van een groep mensen die niet in verbinding is met elkaar.
De contactkloof
Er is geen echt contact, en dat noemen we in Zijnsoriëntatie de contactkloof. We hebben vervolgens allerlei overlevingsmanieren om de contactkloof te overbruggen en de pijn van geen contact te bedekken. Bijvoorbeeld door hard praten, grapjes maken, negatief praten, joelen, bondjes vormen enzovoort.
We zijn gevoelige mensen. Door het lopen van onder andere het Zijnsgeoriënteerde pad van geïnspireerde levenskunst kunnen enkele bedekkingen zijn opgelost. Dat is mooi. Tegelijk kunnen oudere en diepere aannames en gewoontepatronen meer naar de oppervlakte komen en makkelijk worden getriggerd. We zijn dus meer naakt aanwezig. Wat getriggerd wordt kan pijn doen. Het helpt om liefdevol en compassievol bij onszelf aanwezig te leren blijven, en de contactkloof te leren verduren. Op dat moment hebben we in ieder geval volwassen contact met onszelf.
Keuzevrijheid
Er komt ruimte om te zien we dat we keuzes hebben. Daarin kunnen we onszelf onderzoeksvragen stellen. Bijvoorbeeld: is het golfen zo belangrijk of leuk dat we de cultuur op de koop toe willen nemen? Of zijn er misschien golfclubs met een andere cultuur? En als we blijven kunnen we dan op een lichtvoetige manier met de oppervlakkige gesprekjes meedoen, zonder ontrouw te worden aan onze waarden? Aad merkt dat zijn verwachtingen nu een stuk lager gespannen zijn.
Ons primitieve deel is al heel
Aad brengt een aantal keren het kleine jongetje in zichzelf naar voren dat zich buitenstaander voelt en hunkert naar erbij horen, naar liefde. Het is te waarderen dat dit deel zich laat horen. Belangijk is om te zien dat het geen zielig jongetje is, maar wat het eigenlijk is. We gaan ervan uit dat we in wezen heel en stralend zijn. Het zich klein voelende primitieve deel van ons is daarin niet gezien toen we klein waren en dus zit die straling opgesloten in een te krap jasje. Het primitieve deel drukt een vervorming van een Spiritkwaliteit uit die we nog niet in beeld hadden. Als we dat deel klein blijven noemen zijn we als het ware loyaal aan het lijden.
Maar we zijn in wezen stralende en heel. Toen we klein waren konden we dat niet herkennen. Daardoor voelden we ons alleen. Dat was voor ons als klein kind onverdraaglijk. En om te overleven gingen we de leegte en de pijn van geen contact bedekken met aannames. Als volwassene zouden we kunnen zien dat we het stralend-wezen-zijn hebben moeten negeren om te overleven.
Vanuit het stralend-wezen-zijn willen we liefde leven. We zouden elke situatie die heftige emoties triggert kunnen zien als een kans en een oefenmogelijkheid om de bedekkingen die ons verhinderen het stralende wezen te zijn te zien en te doorzien. En we zouden dat kunnen zien als het lopen van het pad van geïnspireerde levenskunst, dat ons hele leven doorgaat.
Hoe werkt de casusbespreking door?
Aad had de casus als een groot probleem ingebracht, waar hij graag zodanig mee om wilde leren gaan zodat hij geen last meer van had van het sociale ongemak. Inmiddels merkt hij dat dit sociale ongemak al zijn hele leven speelt, en dat het ook met zijn geschiedenis te maken heeft. Nu vraagt hij zich elke keer af: ‘hoe kan ik nou ontspannen bij precies hoe het is? En wat doe ik dan?’ Hij wordt daar blij en geïnspireerd van. Dan ziet dat hij nog steeds iets onder ogen moet zien, maar hij voelt veel meer verbinding met dat deel van zichzelf en veel meer ruimte. Hij was ook heel blij met zijn moed om het in te brengen.
Wat betekent dit voor zijn golfen?
Aad heeft zich de vraag gesteld ‘hoe wil ik het komend jaar omgaan met mijn golfen, vooral met de sociaal-emotionele kant. Want hij is gaan zien hoezeer dat aspect invloed heeft op zijn golfen. Hij ziet ook dat dit niet los staat van zijn pad. Om te beginnen beoefent hij vaker om te ontspannen bij precies hoe het is. Dat is een soort rode draad geworden voor zijn hele leven.
Voor zijn lidmaatschap van de golfclub betekent het dat hij wat daar is gebeurd minder persoonlijk neemt. Dat geeft ruimte en er valt nog veel winnen, merkt hij ook. Hij heeft niet het gevoel dat hij perse naar een andere club wil. Hij wil zijn zwaartepunt leggen in het maken van bewuste keuzes en om zichzelf in zijn keuzes meer ruimte te geven. Want hij ziet nu dat hij iets te kiezen heeft. Hij kan kijken met wie hij wel en niet wil spelen. Hij zou op een andere dag kunnen gaan spelen, met andere mensen met andere omgangsvormen. Er komt ook angst op. Daar dealt hij mee door erbij te ontspannen en vriendschap mee te sluiten.
Plezier belangrijk maken
Als laatste realiseert hij zich dat hij golft, omdat hij het leuk vind. Dat het heel belangrijk is om plezier belangrijker maken dan iets anders. Dat hij daar steeds voor kan kiezen. Hoewel hij beseft dat het een langdurig proces is om dit alles in te slijten is hij tegelijk heel blij met de ruimte die de volwassen keuzevrijheid hem geeft.

