#20 Anders kijken naar slecht slapen

Regelmatig slecht slapen kan heel angstig maken. Lees hoe ik leerde om 's nachts liefdevol met mijn slecht slapen om te gaan en er waardevolle betekenis aan te geven.

Van de ene op de andere nacht lag ik de halve nacht wakker. Ineens behoorde ik tot de groep mensen die regelmatig slecht slaapt. Het begon eind 2025 met een conflict met een collega, dat me ’s nachts wakker hield. Tot die tijd vond ik mezelf een redelijk goede slaper, ik sliep denk ik gemiddeld 8 uur per nacht. We losten het conflict op, maar ik bleef slecht slapen. Met regelmaat 4-5u per nacht. 

Mijn zelfbeeld van goede slaper ging eraan. Voor mijn ego een kleine krenking, maar ik kon het vrij makkelijk integreren in mijn zelfbeeld. Ik las ergens dat volgens het CBS ruim 1 op de 4 Nederlanders problemen met slapen heeft. Ik ben dus niet de enige! Ik ben niet anders dan ander mensen en heb last van slapeloosheid!

Daarom las ik met veel interesse een artikel over slapeloosheid van Nina Polak van 20 juni in de Volkskrant. In haar artikel citeert Nina Polak de schrijfster Samantha Harvey, die in ‘Een jaar zonder slaap’ (2018) schrijft: ‘Als aan de basale dierlijke behoefte (om te slapen) niet wordt voldaan ontstaat er een diepe angst. Ik vrees de dood. Overdag ebt de angst weg en functioneer ik relatief normaal.’ 

Die diepe angst herken ik. In de maanden maart en april sliep ik steeds slechter. Ik begon mijn bed als een nare plek zien. Ik werd steeds banger dat ik niet meer voldoende sliep, waardoor ik niet meer sliep. Ik kwam in een vicieuze cirkel terecht, waarin mijn angst de proportie van doodsangst aannam. Ik vroeg hulp aan mijn partner en aan mijn wijsheidsgeest. De ingeving was dat ik merkte dat ik, al had ik maar een paar uur had geslapen, overdag nog kon functioneren. Ik voelde me weliswaar niet heel jofel, en het is ook niet super gezond, maar ik overleefde wel en ging dus niet dood. Mijn doodangst bleek dus niet terecht en niet reëel. Toen ik ’s nachts weer die doodsangst voelde besloot ik die los te laten en te kiezen voor léven. Dat maakte mij ruimer dan mijn doodsangst. Ik zag het als positief dat ik mijn diepe angst nu wel beter had leren kennen. Ik integreerde het in mijn zelfbeeld: er leeft veel angst in mij. Goed slapen deed ik echter niet. 

Harvey beschrijft verder hoe haar leven in het teken van slaapgebrek komt te staan en ze doet uitgebreid onderzoek van oorzaken en oplossingen. Eerst doet ze aanpassingen om zich beter voor te bereiden op de slaap, dan bezoekt ze een slaapkliniek en volgt ze de aanwijzingen van een dure app opdrachten uit de cognitieve gedragstherapie bij insomnia. Als dat allemaal niet helpt en ze ook lichamelijk niets blijkt te mankeren daalt bij Harvey het besef in dat haar slapeloosheid psychisch is. 

Hoewel ik van begin af aan mijn focus op de psyche gelegd, heb ook ik driftig gezocht naar oorzaken en oplossingen. Eerst buiten mij, daarna in mijn verleden: mijn ouders. Het waren goede mensen, maar getekend door trauma’s uit hun jeugd en de oorlog. Ze hadden me niet genoeg liefde kunnen geven. Toen ik ontdekte dat ik door zo te denken slachtoffer van verleden bleef kon ik de keuze maken om daarmee te stoppen. Dat was een belangrijk moment. Daarmee was het gemis niet verdwenen, maar ik was ruimer dan dat.

Mijn slapeloze nachten beginnen vaak met storende gedachten. Het is een bekend verschijnsel dat ons bewustzijn ’s nachts niet zo helder is als overdag. Bewustwording gaat bij mij daarom ’s nachts langzamer dan overdag. Het kan een paar uur duren, maar dan dringt tot mij door dat ik niet mijn gedachten ben. Ik weet uit ervaring dat mijn storende gedachten rechtstreeks verband houden met mijn emoties, dus ik verleg mijn focus naar mijn lichaam en breng mijn aandacht op voelen.

Ik merk dan dat ik me verre van prettig voel. Aanvankelijk probeer ik geconcentreerd bij het voelen te blijven, maar dan kom ik erachter dat in de concentratie een subtiele drive verborgen zit die het gevoel weg wil hebben. Het artikel van Nina Polak in de Volkskrant helpt me verder: zij citeert Guy Meadows, die adviseert om alle zelfhulpboeken te verbranden en te stoppen met de rituelen en dwanghandelingen om in slaap te komen. Zijn advies is: er is niets aan te doen, dus doe niets. Dit nietsdoen spreekt me zeer aan, want het herinnert mij aan mijn Gewaarzijnsaard. Ik volg zijn advies en laat daarmee ook de dwingende behoefte aan controle los. Ik heb er immers geen greep op. Ik leer op mijn gemak te zijn met  ongemak. De dwingende eis dat het ongemak weg moet lost op.

Vanuit mijn vrije volwassen zelf, die inmiddels ’s nachts steeds meer beschikbaar komt, nodig ik mezelf telkens uit om bij mijn lichaam en mijn gevoel te blijven en er liefdevol contact mee te maken. Ik heb mijn emoties mijn hele leven al onderdrukt. Dat is een overlevingsstratategie die mij vroeger hielp. Ik merk daardoor veel weerstand tegen dat contact maken. Ik kies ervoor om ’touch en go’ toe te passen. Vanuit ’touch en go’ maak ik even contact met dat gevoel, maár iets in mij wil er steeds snel van weg. Ik kan alleen maar proberen het niet erger te maken door dwingend te zijn of er angst bovenop te leggen. Het vraagt veel geduld. In afstemming op de liefdevolle sfeer in het huis van Zijn maak ik steeds opnieuw contact met mijn lichaam en open mij voor de wijsheid van mijn lichaam.

Als er echt contact is, dan merk ik dat aan de stroming die in mijn benen en voeten ervaarbaar wordt. Soms ook doordat er ruimte om en verzachting in het gevoel komt. Dat contact doet me goed. Ondiepere emoties laat ik door me heen gaan. Diepere dingen accepteer ik, zo is het nu.

Zo heb ik emoties als paniek, wanhoop, angst, woede, pijn, schaamte, walging, schrik beter leren kennen en in mijn zijn kunnen incorporeren. Ik merk hoezeer ik op mijn ouders lijk. Tegelijk besef ik: dit leeft in mij, maar dit is niet wie ik ben. Ik voel me steeds meer mens en dat ervaar ik als waardevol. Niet altijd komt er een duidelijk signaal boven. Soms wordt in de loop van de nacht wel duidelijk wat er aan de hand is, bijvoorbeeld dat ik iets los heb te laten. Ook dat helpt mij.

Wat mij helpt is een uitspraak van Hans Knibbe, dat op het pad van geïnspireerde levenskunst – dat ik ga – de diepste steen boven kan komen.  Ik zie het wakker liggen steeds meer als een signaal van mijn lichaam. Dat er een diepe steen naar boven wil komen, aan het licht wil komen. Iets wat decennia lang onderdrukt is geweest en vastgezet, waardoor mijn neurale systeem niet in belans is. 

Ik bezie zowel dat wat aan het licht wil komen als mijn overlevingsstrategie inmiddels met groot respect. Ook dat ervaar ik als kostbaar. Mijn overlevingsstrategie is inmiddels niet meer nodig en kan ontmanteld worden. Dat heeft tijd, dus geduld, en liefdevolle aandacht nodig. Ik leer liefdevol en respectvol op mijn gemak te zijn met het ongemak, zonder oordeel, zonder controle. En dan kan het zijn dat wat zich wil bevrijden zich toont, of niet. 

Het wakker liggen is als een leermeester, waardoor de wijsheid van mijn lichaam zich kan tonen en ik mezelf steeds dieper leer kennen. Ik zie daarin drie sporen: met het waar laten zijn van mijn emoties voel me steeds meer mens tussen de mensen. En soms krijg ik het signaal dat ik iets moet loslaten. Ik leer om mezelf te zien als ‘niet één, maar velen’, om Tsoknyi te citeren. En om steeds liefdevoller bij die ‘velen’ te zijn. Deze drie sporen dragen eraan bij dat mijn al gegeven compleetheid zich steeds meer kan tonen. Zo krijgt mijn slechte slapen een heel kostbare betekenis op mijn pad van geïnspireerde levenskunst.